Antoon Luyckx

 
 

Weinig Vlaamse kunstenaars hebben zich toegelegd op de beeldende kunsten met evenveel talent, vakmanschap, visie en toewijding als Antoon Luyckx. Opvallend is ook de volharding waarmee hij, nu al meer dan 50 jaar, als scheppend kunstenaar actief is geweest.


Al in 1943, toen hij 21 was, sleepte hij zijn eerste onderscheiding in de wacht: de vergulde medaille voor figuurtekenen. Een geboren, begaafd tekenaar was hij van kindsbeen af. Hij beschouwde het tekenen altijd als oefening en studie voor zijn geschilderde landschappen en naakten, voor zijn portretten én voor zijn prachtige gebeeldhouwde koppen, die een klassieke schoonheid uistralen. Met zijn scherpe blik was hij altijd een meester van de trefzekere lijn.


Als gefascineerd observator van het leven, van de mensen en de natuur in al hun facetten is hij de onovertrefbare schoonheid van de schepping altijd trouw gebleven. De basis van zijn werk was en bleef figuratief en realistisch. Maar van bij het begin voegde hij er een eigen toets, zijn eigen poëzie, aan toe. Zo komt hij niet zelden tot een osmose van de ervaren buitenwereld en van zijn innerlijke visie.


Op die wijze, met een eigen interpretatie en vormgeving van de waargenomen werkelijkheid, is hij altijd zichzelf gebleven op zijn zoektocht naar inhoud en diepgang, naar de ziel van de natuur, van mensen en dingen. In zijn steeds uitgepuurde techniek -met marterharen penselen- werd hij fijnzinnig schilder, een fijnschilder. Hij schilderde, beeldhouwde, tekende én -niet te vergeten- aquarelleerde ook steeds wat hem boeide, wat hij mooi vond.


Stilistisch bleef hij altijd een voornaam kunstenaar, met een scheppend oog voor het schone, maar hij ging, zoals gezegd, eigen wegen bewandelen, die wel raakpunten vertonen met moderne stromingen in de beeldende kunst.


Vertrokken van een vorm van het impressionisme, met gevoelige landschappen waarin licht en kleur sfeervol werden gevat, ging hij in de jaren zestig over naar een soort kunststruktivisme, met geprismatiseerde vormen en figuren. Nadien gaf hij een symbolische, magische of surrealistische dimensie aan zijn werken, zoals in het schilderij “sterven aan zee”: een meeuw in de wintervacht op een rode doek prijkt op een antiek tafeltje; de hemel en de zee worden onderaan wit in een marmeren vloer.


In zijn beelden vinden we de mooiste voorbeelden van stilering van de gewone, natuurlijke vorm naar een uitgezuiverde abstractie. Voor alles blijft hij toch de meester van het bezielde portret: als tekenaar en als beeldhouwer!

Tekst :

Erik Verstraete

Cultuurjournalist